Reisverslag Dominique van de Meulen

Dominique van der Meulen was in februari 2011 voor het eerst in The Gambia en heeft haar ervaringen aan het papier toevertrouwd.

“De kinderen zijn oprecht blij, tuurlijk ook omdat ze een lolly en een zakje chips krijgen (voor de meeste kinderen geldt, dat dit de feestelijkste traktatie en dag in het jaar is) maar ook gewoon: omdat we er zijn. Tuurlijk zijn ze onwijs blij met de voetballen en het geld voor uniformen en schoolboeken, maar ze willen ook gewoon bij je zitten, met je kletsen (in het Engels gelukkig, want als je naar school gaat, leer je Engels – Gambia is een Engels kolonie geweest – ) Gelijk nog een zeer belangrijke reden om naar school te kunnen. Als je Engels kunt, heb je veel meer kans op een baan, bijvoorbeeld in de toeristische sector. Als je alleen je Afrikaanse dialect spreekt, wordt het moeilijk. Nataniël is uren en uren bezig om alle sponsorkinderen voor de sponsors thuis op de foto te zetten. Qua administratie is het hier een behoorlijke chaos, zij weten wel wie iedereen is, maar het duurt en het duurt. Ondertussen vermaken wij ons prima, praten, praten, praten en heerlijk aanmodderen met de kinderen, ik weet niet wie er meer geniet. Onze school is jullie school. In deze week vindt er (toeval bestaat niet, want ik mis de inspecteur op mijn eigen school, juist ook in deze week) ook een inspectiebezoek plaats. De London Corner School komt goed uit de bus, de leraren zijn zeer vaak aanwezig, iets wat best bijzonder is in Gambia. Ze krijgen nl. bijna niks betaald en heel vaak zijn er thuis belangrijkere dingen te doen: denk aan zaaien, oogsten, het 6e kind wat bijna geboren gaat worden, een ingestort huis opknappen na het regenseizoen etc. Het treft ons recht in het hart, de liefde van deze onderwijzers voor hun kinderen en ik complimenteer de directie ermee….als wij eens iets van hun passie mee zouden kunnen nemen? Ze glimmen van oor tot oor bij het horen van deze lovende woorden. Het bezoek leert ons ook gelijk weer veel over ‘ontwikkelingshulp’…wat geef je, wat is er nodig….als er bijvoorbeeld niet eens stromend water is, of een gewoon toilet….of kasten waarin je wat kan opbergen. Als er 48 kinderen in een lokaal van gemiddeld 3 bij 5 meter zitten? Waar begin je, je moet de mensen leren kennen, je moet de cultuur leren kennen, je moet jezelf niet beter voelen omdat jij toevallig in Nederland woont, je moet niet je geweten willen sussen, je moet niet al jouw westerse ideeën op hun projecteren, wat in ons land werkt, zal daar vaak helemaal niet werken. Je moet….het doen vanuit je hart, maar ook met je verstand! We maken elke dag grote sprongen en ik heb veel respect voor mijn vrienden, hoe zij al met andere ogen zijn gaan kijken naar dit land en naar deze mensen. Je wilt zoveel, maar je kunt soms zo weinig. Elk steentje dat je bijdraagt is goed, is prima en we zien dat het werkt. De school functioneert prima, ze gaan in de buurt op zoek naar de allerarmsten en zorgen ervoor dat die kinderen gesponsord worden. Ook als er onverwacht ander bezoek uit Nederland overkomt, zijn de leerkrachten altijd goed bezig, er heerst orde, maar er is ook liefde. Het geld dat wij meebrengen wordt goed beheerd en er wordt niet zomaar iets gekocht. Er wordt goed nagedacht over wat nu belangrijk is door de staf zelf en niet meer uitgegeven dan puur noodzakelijk is. In alle jaren dat Yamah Youth bestaat is er een hechte vertrouwensband gegroeid tussen broeder Yussuf en zijn staf en de medewerkers van de stichting. Het bezoek aan de school zal ik nooit vergeten, ik zou nu, à la minute, terug gaan, gewoon om daar weer even te zijn! Nog een zeer indrukwekkende gebeurtenis die we meemaakten… we bezoeken het dorpje waar een paar jaar geleden, nadat Stichting Yamah geld van de collecte van de openluchtdiensten in Staverden heeft gekregen, de waterput is aangelegd. Toen stonden er misschien 20 hutjes, inmiddels zijn het er meer dan 100. Waar water is, is leven. Ik draaide de kraan onder het tandenpoetsen altijd al uit, maar nu helemaal. De moslim-gemeenschap is zeer vereerd met ons bezoek. Bij de gesprekken is telkens een tolk aanwezig, want in dit afgelegen gebied is niemand naar school geweest. De armoede is er erger dan in de stad. We lopen samen naar de put, waar we nog in mozaïek de naam van Trudy zien staan. Heel het dorp loopt uit en telkens voel je kleine handjes in die van jou. We delen dikke stickers uit van dieren en het loopt storm! Ik weet niet wie het leuker vinden, de moeders of de kinderen. Allemaal willen ze wel een paar ‘tattoos’. Op de terugweg vragen we of we een huisje van de binnenkant mogen zien en dat mag. Er ligt een meisje op bed, in 1 van de kamertjes. Ik vraag wat zij heeft, want de rest van het dorp staat nog steeds buiten op ons te wachten, inclusief álle kinderen. Zij heeft malaria. En nu…wat gaat er dan nu met haar gebeuren?….zij gaat dood….. dood …..? Ik kan je niet omschrijven wat je dan voelt. Je keel wordt dicht geknepen en je kijkt elkaar alleen maar aan. Je kijkt in je tas om te zien of er nog wat leuks in zit….voor haar, dat meisje van een jaar of 6, dat zo ziek uit d’r oogjes kijkt en amper omhoog kan komen om ons te begroeten. Dan kijken wij elkaar aan en maken een plan, zonder dat we het uitspreken, we leggen straks ons geld bij elkaar en geven dat, om medicijnen te kopen. We vragen wat medicijnen kosten….300 dalasi….we rekenen om….dat is nog GEEN 8 euro. Dit hoeven we niet eens bij elkaar te leggen, dit hebben we allemaal gewoon in onze zakken zitten, alsof het niks is. We geven het aan de moeder, zij spreekt geen woord Engels, maar de dankbaarheid in haar ogen en de trillende handen die ze omhoog blijft houden, met de briefjes geld erin….ik kan er nog om huilen. Haar dochter, haar meisje, wordt weer beter! Voordat we afscheid nemen, wordt er uitgebreid gedankt en gebeden met ons, in een grote kring. Wij in onze taal, zij in hun eigen taal, Hij moet het gehoord hebben, en ervan genoten hebben! In de taxi terug zit eigenlijk niemand met droge ogen. We praten over Trudy’s plekje in de hemel, het zou mij niet verbazen, als dat recht boven deze gemeenschap is, zodat ze elke dag even kan kijken! Ja, ze had er gewoon bij moeten zijn! Van het geld dat wij onze voor Malerone (pillen tegen malaria) gebruikten, hadden we ongeveer 15 van deze kinderen ergens anders in Gambia kunnen redden? Te bizar voor woorden. 15 kinderen, dat is een halve klas…ongelofelijk.